KWS-Maïsmanager

« Terug naar overzicht

Builenbrand

De schimmelsporen van builenbrand kunnen via wind, neerslag en insecten worden verspreid en beschadigde maïsplanten infecteren. Ook builenbrand treedt vooral op, wanneer de maïs aan stresssituaties werd blootgesteld (bijv. droogte, hagel, aantasting door fritvlieg).

Hoge temperaturen bevorderen de kieming van de sporen. De schimmelsporen kunnen na het onderploegen aan aangetaste oogstresten nog tot tien jaar in de bodem overleven. De ernst van de aantasting is onafhankelijk van de frequentie van de maïsteelt.

Preventieve maatregelen:

  • alle maatregelen die een snelle jeugdgroei bevorderen (o.a. raskeuze)
  • evenwichtige bemesting
  • bestrijding van de fritvlieg (ontsmetting van het zaaizaad)
  • bestrijding van de stengelboorder (bijv. teeltmaatregelen)
  • vermijden van mechanische beschadigingen (bijv. bij schoffelen, harken, mest strooien)
  • De vorming van builen is aan alle bovengrondse plantendelen mogelijk, zolang nog weefsel aanwezig is dat kan delen. Gevoelige opbrengstverliezen kunnen ontstaan, als de kolf tot brandbuilen wordt omgevormd: opbrengst, energiewaarde, voederwaarde en ook de houdbaarheid van de silage kunnen bij een ernstige aantasting worden gereduceerd.