KWS-Maïsmanager

« Terug naar overzicht

Oorzaken van een gebrekkige veldopkomst

Een goede veldopkomst zorgt er voor dat de gewenste plantdichtheid wordt gerealiseerd. Op die manier wordt een gelijkmatige ontwikkeling van het gewas gewaarborgd. Worden problemen bij de veldopkomst waargenomen, dan is het belangrijk én nodig een onderscheid te maken tussen opkomstproblemen die zich pleksgewijs of volvelds voordoen.

Pleksgewijs slechte veldopkomst:

  • Probleem met zaadgoedkwaliteit zeer onwaarschijnlijk
  • Bodemproblemen (natte plekken, verdichting, rijsporen)
  • Grote temperatuurverschillen op drogere, lichte gronden (kiemingstemperatuur)
  • Verschillen in waterbeschikbaarheid in het zaaibed (capilariteit)
  • Vogelschade door kraaien, kauwen, duiven, fazanten
  • Schade door ritnaalden
  • Volvelds opkomstproblemen:

    In principe is er sprake van een onbevredigende veldopkomst, als 10% - 15% van de kiemplantjes ontbreekt. Het schadebeeld en de oorzaken kunnen zeer uiteenlopend zijn:

    1. Korrels worden niet teruggevonden

  • Verkeerde zaaischijf (zeer grote korrels)
  • Afstrijkers op de zaaischijf foutief ingesteld
  • Verkeerde luchtdruk
  • In alle gevallen bleef er zaaigoed over!

    2. Kiemplantjes ontbreken

  • Zoutschade (verbranding) door onnauwkeurig aangebrachte startmestoffen bij rijbemesting (verkeerde instelling, stompe, gebogen mestkouters)
  • Door fazanten uitgepikt zaad (typische gaten in de bodem)
  • Schade door schoffelwerkzaamheden en of wiedeggen (te diep, verkeerd tijdstip)
  • Wateroverlast, verrotting van het zaad in te sterk verdichte rijsporen
  • Zaaigoed zeer oppervlakkig afgelegd (vaker bij inzaai in groenbemester, onnauwkeurige diepteregeling van de zaaikouter)
  • 3. Golfvormige opkomst, onregelmatig ontwikkelende kiemplantjes
  • Ongelijkmatige zaaidiepte (te snel gereden, stompe kouters)
  • Onregelmatige vochtvoorziening in het zaaibed (zaaidiepte ontoereikend)
  • 4. Kiemplantjes zeer verschillend ontwikkeld
  • Te los zaaibed (gebrekkige kiemwatervoorziening)
  • Kluiterig zaaibed (verstoorde wateraansluiting, langere afstanden voor de kiemplantjes)
  • Korrels te diep gezaaid
  • Korrels overdekt (bijv. door dichtslibben van te diepe zaaigeulen)
  • Lucht- of zuurstofgebrek na dichtslemping, wateroverlast
  • Vraatschade aan de korrel (ritnaalden, duizendpoten, slakken)
  • Schimmelvorming (vaker bij lange opkomsttijden na vroege uitzaai en geen of onvoldoende bescherming van ontsmettingsmiddelen)
  • Lange ligtijd van niet-gekiemde of kiemende korrels in natte, koude grond
  • Veel zwakke dubbele planten en hiaten na het verrollen van zaadkorrels (rijsnelheid te hoog, stompe zaaikouters)
  • 5. Niet-gekiemde korrels, afwijkende kiemplantjes

  • Ongunstige kiemomstandigheden (droogte, koude)
  • Grofkluiterig zaaibed (verstoorde wateraansluiting, kiemplanten moeten langere weg afleggen vooraleer ze opkomen)
  • Onderbreking van het kiemproces door koudegolf geeft agressieve bodemschimmels meer kans.
  • Te weinig kiemwater bij gebrekkige capilariteit van het wortelbed en/of droogte
  • Verkeerd opgeslagen restzaad gebruikt (temperatuur, vochtigheidsgraad, ontsmetting)
  • Gebrek aan kiemkracht van het zaaigoed
  • Gebrekkig kiempercentage van het zaaigoed
  • Eventuele zaadgoedproblemen zijn enkel te controleren wanneer men weet om welke zaadgoedpartij het gaat. Bewaar daarom altijd de etiketten van het gebruikte zaaizaad tot het einde van het seizoen.