KWS-Maïsmanager

Maïsanalizer

Op basis van de KWS-proefveldwerking worden de KWS-Maïsanalizers gepresenteerd. Dit is de veruit beste manier van rassenvergelijking, omdat de daadwerkelijk gemeten korrel- en drogestofopbrengsten van verschillende maïsrassen worden weergegeven omwille van haar betrouwbaarheid en er daarom niet gewerkt wordt met berekende waarden. Aan de hand van 5 karakteristieken wordt de meerwaarde van het via de KWS-Maïsadvisor gekozen KWS-Maïsras ten opzichte van andere bekende maïsrassen uit de markt getoond.

Uitleg Maïsanalizer

KWS-MAÏSANALIZER ®

Dankzij het jarenlange KWS-maïsrassenonderzoek in combinatie met onderzoek naar de afrijpingspatronen van maïsrassen (maïsorama’s) is bij KWS de Maïsanalizer tot stand gekomen.
De Maïsanalizer is een evaluatiesysteem met aangepaste proefveldwerking waarbij op een eenvoudige, maar op een veel accuratere wijze de voedermaïsrassen op gebruikswaarde beoordeeld worden.
Omdat het de verschillen in opbrengsten en kwaliteiten door een verschillend rijpheidsstadium van de rassen op met moment van oogst van de proefvelden grotendeels elimineert, is het een veel betere basis voor de rassenselectie en de rassenkeuze dan tot voor kort in de praktijk gehanteerd werd.

De volgende parameters en begrippen zijn hierin belangrijk:

Opbrengstkarakteristieken

  1. Gele balk: DS-opbrengst korrel per maïsras: gemeten korrelopbrengst per maïsras volgens de KWS-proefveldwerking
  2. Groene balk: DS-opbrengst totale plant: gemeten DS-opbrengst totale plant in black-layerstadium volgens de KWS-proefveldwerking

Rijpheidskarakteristieken

  1. DS% korrel per maïsras: hoe meer naar rechts in de figuur, des te vroeger het betreffende maïsras
  2. Afrijping restplant: hoe meer stay-green de restplant, des te donkergroener de balk

Kwaliteitskarakteristiek

  1. Energie-Index: aandeel korrel en daarmee hoofdzakelijk zetmeel (energie) in de totale DS

Daarnaast is een beoordeling op basis van landbouwkundige eigenschappen zoals beginontwikkeling, stevigheid, resistentie tegen fusarium, builenbrand en de bladvlekkenziekten Helminthosporium en Kabatiëlla belangrijk.

Beoordeling volgens dit systeem is de enig juiste manier om de landbouwkundige en economische waarde te bepalen van voedermaïsrassen en dus ook de beste basis voor de maïsrassenkeuze (bij korrelmaïs en silomaïs).

Op de volgende pagina's wordt de werking van de maïsanalizer stap voor stap beschreven.

P.S. Voor de rantsoenering op het boerenbedrijf blijft echter een gebruikelijke kuilanalyse de basis voor het berekenen van de voederrantsoenen.

In publicaties zoals de Maïsanalizer is vermelding van namen van concurrentrassen in de vergelijking niet toegestaan, omdat dit alleen gebaseerd is op KWS-proefveldwerking. Om die reden staan deze concurrentrassen vermeld onder de codes C01, C02, enz.

STAP 1: Presentatie voedermaïsrassen

In STAP 1 worden op een horizontale as verschillende voedermaïsrassen gepresenteerd. In dit geval gaat het om de rassen Coryphee, Lapromessa, Ricardinio, Amball, Lafortuna, Ronaldinio en Millesim, waarbij deze voedermaïsrassen niet in vroegrijpheidsklassen gegroepeerd staan. Uiteraard is dit wel mogelijk. In verband met de overzichtelijkheid c.q. afleesbaarheid is het wenselijk niet meer dan 10 voedermaïsrassen tegelijkertijd te presenteren.

STAP 2: Presentatie drogestofpercentage korrel per voedermaïsras

In STAP 2 wordt vervolgens onder de naam van het desbestreffende voedermaïsras het drogestofpercentage van de korrel vermeld. Dit is het resultaat van de proefnemingen op 6 verschillende lokaties in de Benelux. Het voedermaïsras met het hoogste gemeten drogestofpercentage van de korrel in de proeven staat het meest rechts in de figuur geplaatst. Met andere woorden: het meest vroege voedermaïsras in de vergelijking staat het meest rechts gesitueerd. Hoe meer naar links in de vergelijking, hoe later afrijpend in de korrel van het betreffende voedermaïsras. Let wel: het betreft hier en vergelijking tussen de voedermaïsrassen onderling. Het hoeft niet te betekenen dat het meest links geplaatste voedermaïsras, in dit geval Millesim, een te laat ras is. Het gaat erom om voorafgaand aan opmaak van de vergelijking te bedenken in welke vroegrijpheidsklasse men voedermaïsrassen met elkaar wil vergelijken.

STAP 3: Presentatie drogestofopbrengst korrel per voedermaïsras

In STAP 3 worden de drogestofopbrengsten per voedermaïsras in relatieve getallen gepresenteerd. De verschillende voedermaïsrassen worden in deze figuur vergelijken met een referentieras. In dit geval is dit Amball. Het kan evengoed een ander voedermaïsras zijn. Het gaat er uiteindelijk om dat de verschillen tussen de rassen op een eenvoudig afleesbare manier weergegeven worden. In dit geval staat het relatieve getal 100 van Amball voor 10,96 ton ds/ha. Het (relatieve) getal 111 voor Ricardinio betekend dat Ricardinio een 11% hogere korrelopbrengst (en daarmee ook zetmeelopbrengst!) geeft in vergelijking met Amball.

STAP 4: Presentatie drogestofopbrengst van de totale plant per voedermaïsras

STAP 4 presenteert per voedermaïsras de drogestofopbrengsten van de totale plant, wederom uitgedrukt in relatieve getallen en vergeleken met het referentieras Amball. De hoogte van de totale groene balk geeft de totale drogestofopbrengst weer. Kortom: hoe hoger de totale balk, hoe hoger de totale drogestofopbrengst. In dit geval geeft bijvoorbeeld het voedermaïsras Ronaldinio een 4% hogere drogestofopbrengst van de hele plant in vergelijking met Amball. Het verschil tussen de drogestofopbrengst van de totale plant en de droge korrelopbrengst (omgerekend naar 0% vocht) maakt de opbrengst van de restplant (stengel, blad en spil).

STAP 5: Presentatie afrijping restplant

Naast de presentatie van de drogestofopbrengsten van zowel korrel alsook totale plant wordt ook de vitaliteit van de restplant weergegeven middels de critera: stay green of harmonisch afrijpend. Deze parameter is tot stand gekomen op basis van een visuele beoordeling van de maïs in het blacklayer rijpheidsstadium van de korrel. In STAP 5 is hiervan een voorbeeld te zien. Hoe meer stay green de restplant, hoe vitaler en daarmee ongevoeliger over het algemeen dit gewas is voor ziektes als fusarium en bladvlekkenziektes Helminthosporium en Kabatiëlla (oogvlekkenziekte).

STAP 6: Presentatie energie-index

Als laatste belangrijk onderdeel van KWS-Maïsanalizer wordt in STAP 6 de Energie-Index gepresenteerd. Deze index geeft het aandeel (in %) van de korrelopbrengst (korrelmaïs) ten opzichte van de drogestofopbrengst totale plant (silomaïs) weer. De korrel bestaat voor het grootste gedeelte(± 75%) uit zetmeel. Zetmeel is goed voor meer dan 90% van de voor de koe beschikbare energie uit de maïs.Zetmeel speelt de belangrijkste rol in de aanvoer van glucogene energie (basis voor de hoeveelheid melk en het melkeiwit) bij runderen. Om die reden krijgt dit quatient de naam: Energie-Index. Hoe hoger de Energie-Index, hoe hoger de energetische waarde van het voedermaïsras als kuilmaïs.

We kunnen stellen dat de KWS-Maïsanalizer een sneller en een veel accurater beeld geeft van de kwantiteit- en de kwaliteitpotentie van maïsrassen voor het gebruik als voedermaïs (korrelmaïs en silomaïs).